In de media

Terug naar nieuwsoverzicht

Grondzaken in de praktijk - woensdag 1 februari 2017 - Bankgarantie? Cultuuromslag bedoel je!

Bekijik het originele artikel

Al decennialang is in de bouw het gebruik van bankgaranties vanzelfsprekend. De toepassing ervan staat onder druk en er is discussie over het toepassen van bankgaranties.

In de bouw is het gebruik van een bankgarantie vanzelfsprekend. We doen dit al decennialang. Het gebruikmaken van een bankgarantie is bedoeld om meer zekerheid te verkrijgen tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer in de bouwsector. Echter, het toepassen van een bankgarantie staat onder druk. Met de branchevereniging Bouwend Nederland voorop wordt de discussie over het toepassen van bankgaranties aangezwengeld. LangmanEconomen heeft in opdracht van Bouwend Nederland in april 2014 tijdens het dieptepunt van de bouwcrisis hierover al een advies geschreven.

Ondanks dat de markt momenteel aantrekt voor bouwend Nederland zijn de problemen voortvloeiend uit de bouwcrisis nog niet verdwenen. Momenteel is er weer een kentering aan de gang; levertijden van bouwmaterialen lopen op en arbeidskrachten in de bouw zijn moeizaam te vinden of worden duurder. Dit zet de winstmarges van de hoofdaannemers wederom onder druk. Volgens het CBS heeft de huidige bouwcrisis aan ruim 5000 bouwgerelateerde bedrijven de kop gekost. Hierdoor is veel productie in de bouwsector verdwenen en dat herstelt niet zomaar. Dat er zoveel bedrijven failliet zijn gegaan, zegt veel over de financiële gezondheid van de sector.

Uit de Market Monitor – Bouw Nederland van Atradius kunnen we opmaken dat de afhankelijkheid van de bouwsector van bankfinanciering hoog is maar dat de bereidheid van banken om krediet te verlenen aan de sector laag is. Ook al gaat het gevoelsmatig beter met de sector, volgens hetzelfde rapport verslechteren de winstmarges nog steeds.

Ooit is de bankgarantie ontstaan in de hoogtijdagen. De bankgarantie werd gebruikt om de hoofdaannemer onder druk te zetten om vooral alle opleverpunten af te ronden. Nu is het langzaam veranderd in een middel om te kijken of de hoofdaannemer financieel gezond is, maar vooral als schadecompensatie wanneer de hoofdaannemer gedurende het bouwproces failliet gaat. Als gevolg van de financiële situatie van de bouwsector wordt de hoogte van de te stellen bankgarantie steeds hoger, tot wel 10% van de bouwsom. Terecht dat branchevereniging Bouwend Nederland hierbij kanttekeningen plaatst.

LangmanEconomen trekt in haar rapport de conclusie om bij kleine projecten met een korte looptijd de bankgarantie te laten vervallen en bij grotere projecten is het liquiditeitsbeslag voor de hoofdaannemer zo hoog dat de bankgarantie moet worden afgetopt. Maar nu komt het: is deze conclusie wel reëel?

De hoofdvraag is: Is er een liquiditeitsprobleem in de sector?
Nee is hierop het antwoord Je hebt geen geld nodig om een bouwbedrijf te runnen. Ondanks de nauwkeurige termijnregeling wordt er meer geld opgehaald bij de opdrachtgever dan de onderliggende waarde vertegenwoordigt. Deze stelling is eenvoudig te controleren door naar de jaarrekeningen van bouwbedrijven te kijken. Daar staat de post ‘Onderhanden Projecten’ vrijwel altijd aan de passiefzijde van de balans.

LangmanEconomen gaan ervan uit dat de opdrachtgever systematisch minder betaalt dan dat er aan kosten door de aannemer zijn gemaakt. Er wordt gesteld: ‘er is geen statistische informatie beschikbaar over de mate waarin betalingen van opdrachtgevers achterlopen op het verrichte werk’. Bekijk de jaarrekeningen van de hoofdaannemers en zie hier het statistische bewijs. Kijk of de onderhanden werk positie debet of credit wordt gepresenteerd. Dan staat deze vrijwel altijd aan de creditzijde. Er wordt meer gefactureerd dan dat er kosten zijn gemaakt. Vervolgens betaalt de opdrachtgever binnen 30 dagen en betaalt de hoofdaannemer de onderliggende partijen met 45-60 dagen. Door de crisis zien we bij veel hoofdaannemers de betaaltermijn oplopen tot 90 dagen. Deze opgebouwde liquide middelen noemen de bouwers ‘werkkapitaal’ terwijl dit geld van derden is. Kijk naar de kaspositie in dezelfde jaarrekening. Met dit ‘werkkapitaal’ zijn veel aannemers de afgelopen jaren de projectontwikkeling ingedoken waarvan de gevolgen inmiddels bekend zijn. Langman- Economen geeft voor een deel de verklaring: ‘De aannemer heeft een informatie- en kennisvoorsprong op zijn opdrachtgever over de voortgang en de kwaliteit van het werk.’

Daarnaast is het uiteindelijke termijnschema niet meer dan een ruwe verdeling in tien termijnen van het totaalbedrag. Het schatten van bouwkosten en het verloop daarvan is zeer lastig. Laat staan dat je dat in tien termijnen moet verdelen. Die tien termijnen vertegenwoordigen per definitie niet de werkelijke waarde. Uit ervaring kan ik stellen dat de aannemer in de eerste 25% van de termijnen zijn eigen aanloopkosten en winst al binnen heeft. Een langdurige voorfinanciering door de opdrachtgever van 10% van de aanneemsom is heel gewoon.

U zult vragen, wat heeft dit met de bankgarantie te maken? Nou, alles!
Door het speculatief inzetten van het ‘werkkapitaal’ heeft de hoofdaannemer onaanvaardbare risico’s genomen. Door het geld dat toekomt aan opdrachtgevers, onderaannemers en leveranciers met maximale risico’s in te zetten om dit ‘werkkapitaal’ maximaal te laten renderen, met name door projectontwikkeling, heeft de bouwsector zichzelf schade berokkend. Met als gevolg veel schade, faillissementen van gezonde bedrijven en vooral veel wantrouwen. En dit wantrouwen en de daarbij horende risico’s proberen de opdrachtgevers te verminderen door het stellen van bankgaranties. Dit is namelijk de enige zekerheid die de opdrachtgever nog kan eisen. Mijn advies aan opdrachtgevers is dan ook: geef nooit je zekerheden op als je geen alternatief hebt. Overigens, de stelling dat de hoofdaannemer de bankgarantie betaalt klopt ook niet. Kijk maar in een willekeurige projectbegroting, daarin staat deze gewoon voor 1 à 1,5% van de aanneemsom. De opdrachtgever betaalt zijn zekerheid gewoon zelf.

Dekt een bankgarantie de schade bij een faillissement van de hoofdaannemer? Over het algemeen niet
De werkelijke kosten voor een opdrachtgever bij een faillissement van de hoofdaannemer komen voort uit de vertraagde oplevering van het project. Denk aan gederfde huurinkomsten bij huurwoningen, tijdelijke huisvesting etc. Deze kosten worden niet gedekt door de bankgarantie aangezien die volledig op gaat aan de kosten die een vervangende aannemer met zich meebrengt. Die gezien de tijdsdruk de hoofdprijs vraagt, aangezien deze naast zijn eigen AK en W&R moet dealen met gedupeerde partijen die het werk wel willen afmaken maar hun geleden schade linksom of rechtsom proberen goed te maken. Waaronder het uitoefenen van retentierechten en het terughalen van geleverde goederen van de bouwplaats. Zij hebben immers niets betaald gekregen van de hoofdaannemer in de aanloop naar het faillissement. De opdrachtgever is het meest gebaat bij een tijdige oplevering en daarmee gaat de handrem op de kosten eraf op dat moment. En leuk zo’n stelling dat de opdrachtgever veel later betaalt en dat je hiermee extra zekerheid hebt. Eén ding weet je zeker, als er bij de opdrachtgever nog geld te halen is dan komt de curator dit gewoon ophalen.

Het wantrouwen binnen de bouwkolom tussen de bouwpartners wordt gevoed door de regie die de hoofdaannemer heeft over het geld dat toebehoort aan de onderliggende bouwpartners. Het afschermen van de risico’s door het stellen van bankgaranties door de opdrachtgever en het afsluiten van kredietverzekeringen door de onderaannemers werkt niet meer. Deze verzekeringen zijn kostenverhogend, het zijn symptoombestrijders en pakken het werkelijke probleem niet aan.

Het wordt tijd voor een cultuuromslag!
Het betaalgedrag in de bouwsector staat al jaren onder druk. Onderzoek van Intrum Justitia, de European Payment Index, wijst uit dat in de Nederlandse bouwsector het aantal oninbare vorderingen op het totaal een recordniveau van 4,5% heeft bereikt. We moeten af van lange betaaltermijnen, we moeten ervan af om steeds de rekening neer te leggen bij de zwaksten in de schakel. Het is niet voor niets dat de branchevereniging voor de onderaannemers, de AFNL, roept dat haar leden uiteindelijk de rekening van de crisis betalen en deels worden meegesleurd in het faillissement van de hoofdaannemer. Fijn dat we de afgelopen jaren met BIM, lean, faalkostenreductie en ketensamenwerking het bouwproces hebben strakgetrokken. Maar wie doet er iets aan het betaalproces? Daar zitten momenteel de grootste problemen. Tja, en ik hoor zo vaak: ‘Wat heb ik als opdrachtgever te maken met het betaalgedrag van de hoofdaannemer?’ Nou, heel veel! Uiteindelijk maken we met elkaar het bouwproject en laten we dat vooral op een maatschappelijk verantwoorde wijze doen. En dan begint het bij de opdrachtgevers. Die moeten betere afspraken maken. Die moeten zorgen voor de cultuuromslag.

Is er een alternatief voor een bankgarantie? Ja, pas ‘ketenbetaling’ toe
Sinds een paar jaar is ketenbetaling op de markt. Ketenbetaling zorgt ervoor dat het geld van de opdrachtgever van een bouwproject enkel en alleen aan dat project kan worden besteed. Alle betalingen lopen via de veilige derdengeldenrekening van de notaris. Vanaf deze veilige derdengeldenrekening worden alle partijen zoals de hoofdaannemer, onderaannemers en leveranciers direct (en snel) betaald voor hun dienstverlening. Schematisch ziet dit er als volgt uit (zie schema).

De bouwsom van de opdrachtgever kan alleen besteed worden aan het te realiseren project. De hoofdaannemer kan niet beschikken over gelden ten behoeve van derden en krijgt zelf betaald via een opslag over elke euro die hij besteedt aan derden. Hiermee krijgt de opdrachtgever de zekerheid dat alle onderliggende partijen keurig op tijd worden betaald en dit is ook fijn in het kader van de Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA). De hoofdaannemer is nu immers gebaat bij een snelle doorbetaling. De betaaltermijn van 60 tot 90 dagen neemt af naar circa 14 dagen. Hierdoor krijgt de opdrachtgever leverzekerheid en alle bouwpartners betaalzekerheid. Hiermee wordt de oorzaak aangepakt waardoor symptoommaatregelen zoals bankgaranties en kredietverzekeringen overbodig worden. En wordt het liquiditeitsbeslag door de bankgarantie voorkomen. Mocht de hoofdaannemer failliet gaan dan is iedereen in de bouwkolom keurig betaald en staan eventuele vorderingen van partijen die er recht op hebben nog keurig op de derdengeldenrekening van de notaris en vallen niet in de failliete boedel van de hoofdaannemer.

‘Dit gaan de aannemers niet leuk vinden.’ Echt wel!
Let wel: iedere bouwpartner wordt keurig op tijd betaald, ook de hoofdaannemer. En laten we eerlijk zijn, de meeste aannemers willen gewoon een goed product leveren aan klanten. Willen ook een goede zakenpartner zijn voor onderaannemers en leveranciers. Het sturen op liquiditeit is een soort sport geworden van financiële afdelingen binnen de bouwbedrijven. Zou het niet zo zijn dat de meeste winst te halen is wanneer de onderaannemers en leveranciers snel en op tijd worden betaald? We hebben toch allemaal onze mond vol van ketensamenwerking. Nou, wanneer je echt in de keten werkt dan zorg je goed voor elkaar. Dan behoren bankgarantie, kredietverzekeringen, incassobureaus, deurwaarders en debiteurencommunicatie tot het verleden. Wanneer er gegarandeerd en snel wordt betaald dan durven onderaannemers en leveranciers veel scherpere aanbiedingen te doen. Het aantal facturen dat men elkaar stuurt kan naar beneden en projectteams worden ontlast met vragen over betalingen. Dit samen met de besparingen op bankgaranties en kredietverzekeringen zorgt ervoor dat Atradius volgend jaar in haar Market Monitor – Bouw Nederland kan concluderen dat de aannemerij weer gezonde marges draait en dat alle partijen in de bouwsector weer met vertrouwen zaken kunnen doen.


Schema:

Op deze wijze wordt de onveilige route van de bouwsom voorkomen. De regie over het geld ligt bij de onafhankelijke notaris. En dit heeft voordelen voor alle partijen.


Noot 1: Directeur Co-Pay B.V.


Praktijkvoorbeeld: Ketenbetaling Project fabriekshal met kantoor
Staton Bouw BV te Werkendam benaderde Co-Pay BV begin 2015 met het verzoek om Ketenbetaling toe te passen als vervanging voor de bankgarantie. Deze bankgarantie werd geëist door de opdrachtgever Veth Propulsion uit Papendrecht.

Staton Bouw is een relatief jong bedrijf, dat is opgericht in 2008. Niet eenvoudig om te starten in de beginjaren van de bouwcrisis. Maar het is een veerkrachtig bedrijf met een visie. Het weet op een innovatieve wijze een jaarlijkse groei te realiseren. Kijk eens op hun site: http://www.staton. nl/bouwkosten-online/ daar vindt je een mooi voorbeeld van klantgericht werken. In tien stappen een offerte voor uw nieuwe gebouw.

Het project betekende een omzetverdubbeling voor Staton Bouw, maar ook een verdubbeling van het liquiditeitsbeslag door de bankgaranties. Om te voorkomen dat een te groot gedeelte van de liquiditeit van Staton Bouw zou opgaan in een bankgarantie is destijds gekozen voor Co-Pay.

Maar wat was het alternatief voor Veth Propulsion? Of op risico het project toch laten realiseren door Staton Bouw of de opvolgende partij kiezen uit de aanbesteding. Maar deze tweede partij was aanzienlijk duurder dan Staton Bouw.

Om toch zaken te doen met Staton Bouw koos Veth Propulsion voor Ketenbetaling. Hierdoor kwam de bankgarantie te vervallen en werd het liquiditeitsbeslag voor Staton Bouw gereduceerd. Een mooi voorbeeld hoe een jong, dynamisch en innovatief bedrijf ongeremd kan groeien door Ketenbetaling toe te passen.


Foto: Staton Bouw



Deel dit bericht via: LinkedIn Facebook Twitter Google+